Bron: de Gelderlander 20 juni 2005

Atletiekfinales

Climax-jeugd sterk op eigen atletiektournooi

Door DONOVAN VAN HEUVEN

EDE
• De atletiekbaan van Climax in Ede vormde zaterdag het decor van de regiofinale voor clubteams uit de C- en D-juniorencompetitie. Op sportcomplex Hoekelumse Eng streden de beste teams uit Gelderland en Overijssel voor de titel én een plek in de landelijke finale. De gastheren waren met vier teams vertegenwoordigd, waarvan er drie het ere- podium haalden. De teams wedijverden op loop- en technische nummers als verspringen, hoogspringen, kogelstoten en speerwerpen.
Met ruim vijfhonderd deelnemers, verdeeld over zestig teams en afkomstig van achttien atletiek- verenigingen uit het gehele land kende het Climax-toernooi zaterdag een sterke bezetting. Iedere ploeg leverde daarbij deelnemers voor alle aparte disciplines. Peter van Roekel, lid van wedstrijdorganisatie, was uitermate content met zowel de bezetting als het verloop.,,Een perfecte dag en daar mogen we met zijn allen best trots op zijn. En met drie podiumplaatsen van onze junioren kunnen we ook alleen maar tevreden zijn.”
Rondom de atletiekbaan staan en zitten deze dag de ouders en andere familieden. Voorzien van kampeerstoeltjes, parasols en riant volgepakte koelboxen. Kom op, neem over, pak aan, schreeuwt ‘atletenmoeder’ Joyce haar dochter toe bij het overgeven van het stokje tijdens de estafetterace.,, Haar hobby is mijn hobby geworden. Dat moet ook wel, want we reizen wat af voor haar wedstrijden. Het belangrijkste is dat ze plezier beleeft aan haar sport. Zolang zij zich ver- maakt doen wij dat ook”, verklaart ze haar verbale beleving.
Op het middenterrein is dan een jeugdige speerwerper geconcentreerd bezig. Het lichaam balancerend op de tenen en terug naar de hakken. De speer, met beide handen omklemd, hangt stil boven het hoofd. De onverstoorbare blik is gericht naar voren, daar waar hij naar toe moet. Het liefst zo ver mogelijk. De wangen staan bol van de ingezogen lucht, die woest wordt uitgeblazen op het moment dat de aanloop volgt. Eerst een paar ferme passen vooruit, dan zijwaarts, de speer meetorsend in de rechter hand.
Met een ondersteunde kreet, alsof hij de speer weg wil schreeuwen, schiet het wapen uit zijn hand. Terwijl het voorwerp het luchtruim doorklieft, doet de atleet zijn best niet over de lijn te duikelen. Een enkele millimeter over de lijn en alles is voor niets geweest. Het bovenlichaam hangt vervaarlijk over de lijn, de scherprechter over succes of falen. Weer wiegt het lichaam, van voor naar achter, van teen naar hak.
Met een laatste inspanning ploft het lijf neer, aan de goede kant van de lijn. Een glimlach betovert zijn gezicht. Dat was op het nippertje. Liggend op zijn rug balt hij een vuist en slaakt een diepe zucht. Niet wetende dat zijn speer buiten de lijnen op het veld landt. De wind blaast de speer uit zijn koers en jaagt een jurylid de stuipen op het lijf. De man weet slechts door maken van een nood- sprong het vege lijf te redden.
Zo blijkt het opmeten van de geworpen afstanden een klus te zijn voor waaghalzen. ,,Jammer Robin”, klinkt het. ,,Volgende keer beter.” Hij krabbelt op, schudt zijn hoofd een paar keer en loopt even weg van iedereen. Hij gooit zijn hoofd naar achteren en klapt een keer in zijn handen. Een onverstaanbare vloek. Er zijn nog twee pogingen te gaan.